Tagarchief: Nijmegen

Groesbeek de gekste

groesbeekColumn verschenen op 28 december in De Gelderlander.

Gruusbek. Er is geen dorp rond Nijmegen dat ik meer fascinerend vind. En ik ken ze, als wielrenner, allemaal. Al fiets ik natuurlijk het liefst in Groesbeek vanwege het prachtig glooiende groen in de omgeving.

Groesbeek zelf heeft iets vreemds. De beste symboliek die bij het dorp past, was een beeld dat ik niet snel zal vergeten. Ik zag er ooit een jongen zijn scooter langs de kant van de weg zetten. Hij deed zijn helm af, kotste in een perkje, deed zijn helm weer op en reed verder. Zijn vriendin, die achterop zat, verroerde geen vin. En dat op een gewone doordeweekse ochtend.

Een andere keer zag ik een man, op een brommer of een fiets, met een kat op zijn schouder rijden. Ik vertelde het verhaal met verbazing aan een jongen die jaren in Groesbeek woonde. Hij kende de man bij naam. Het was blijkbaar een doodnormale verschijning daar. Dingen die op andere plekken surrealistisch zijn, zijn in Groesbeek normaal.

Ik heb altijd gehoord dat Groesbekers niet van buitenstaanders houden. Een kleine duik in de geschiedenis van Groesbeek leert dat ze er lange tijd geïsoleerd hebben geleefd. Dat verklaart een hoop.

Maar dan snap ik nog steeds niet dat er zes voetbalverenigingen zijn op 19.000 inwoners (het grotere Beuningen heeft welgeteld één voetbalclub), waarvan er drie op het hoogste niveau meedraaien. Om het maar niet te hebben over de 180 (!) carnavalsverenigingen in de hele gemeente. Wederom surrealistisch.

En in Groesbeek hebben ze ook muziek. Dankzij de nieuwe Nederlandstalige hitsensatie de Fantasticos, is er eindelijk weer aandacht voor die eerdere bands van het duo: The Sunstreams en The Moonlights. Groesbeeks glorie. Luister vandaag even Aan De Grens Van De Duitse Heuvelen terug, een klassieker. Dat nummer speelden ze in 1979 zo verstijfd bij Op Volle Toeren dat het leek alsof de Taliban met geslepen messen achter de camera stond.

Er is natuurlijk ook andere muziek in Groesbeek, afkomstig uit de krochten van het al 41 jaar oude jongerencentrum Maddogs. Eerlijk gezegd ken ik alleen de band Intero en denk daardoor dat er naast de Fantasticos enkel gitaargeweld uit Groesbeek komt.

De Groesbeekse hardcoreband Through The Struggle verandert dat beeld niet. Zij staan vanavond op Ramblin Rose. Als de bassist speelt terwijl een levende kip op zijn hoofd balanceert en de drummer halverwege een stuk van zijn bekkens opeet, zou het me niet eens verbazen. De uitleg dat het Groesbeeks is, zou volstaan.

Advertenties

Fortarock

Recensie Fortarock, 04-06-2012 – Gelderlander

Nog nooit was Fortarock zo snel uitverkocht en nooit stonden er grotere namen dan nu. De vierde editie van het metalfestival was bij voorbaat al de beste editie, dat moest zaterdag alleen nog even worden waargemaakt. Alleen het weer kon nog roet in het eten gooien, maar het was perfect.

Al blijft het heet met de brandende zon op al die zwarte T-shirts en gezien de rode nekken was de zonnebrandcrème vaak thuisgelaten. Thuis in Nederland, maar ook in België en Duitsland. De fans waren van heinde en verre gekomen voor wat inmiddels het belangrijkste metalfestival van Nederland is.

Buiten de hekken deelde een bevriende kenner vooraf kijk en luisteradvies uit. Dat we echt even Steel Panther moesten zien, dat Anthrax nog steeds superstrak was, dat Machine Head sinds het derde album volgens hem niet meer interessant was en dat Jeff Hanneman ontbrak bij Slayer vanwege een vleesetende bacterie in zijn arm na gebeten te zijn door een giftige spin.

Lekker verhaal. Op naar Steel Panther dus, een parodie op de hair metal van de jaren tachtig. Geen band is meer pop dan Steel Panther vandaag. Het mag dan een geintje zijn (de bassist werkt tussen ieder nummer zijn haar bij met een spiegeltje en een bus haarlak), de muziek is goed genoeg om door de hele tent woord voor woord te worden meegezongen.

Steel Panther geeft het startsein voor de grotere namen op Fortarock. De middag was voor de nieuwe en avontuurlijke namen, bekend bij de kenners, obscuur voor de leken. Maar er zijn amper leken op Fortarock. Genoeg bezoekers komen speciaal voor Asphyx, Trivium, The Devin Townsend Project of Nasum.

De grote namen van Fortarock zijn, naast Lamb Of God en Meshuggah, echter Anthrax, Machine Head en Slayer (respectievelijk geformeerd in 1981, 1991 en 1981). Niet bepaald beginners dus. De heren van Anthrax zijn zichtbaar niet meer de jongsten, de sik van gitarist Scott Ian is inmiddels geheel grijs, maar strak is het nog wel. Voor veel bezoekers is het een uurtje jeugdsentiment.

Machine Head is jonger en brengt een enthousiast publiek op de been, massaal gaan de handen de lucht in bij de band van Robb Flynn. Fortarock is sowieso een festival voor de echte muziekliefhebbers. Op andere muziekfestivals hangt een groot deel van het publiek de hele dag in het gras. In Park Brakkenstein lopen bezoekers massaal tussen tent en hoofdpodium om alle optredens te zien.

En ook al laat het bier of de vermoeidheid tegen tienen sporen na, de afsluiter op Fortarock wil niemand missen. Slayer is hèt ijkpunt in de metal. Er is geen band die zo bekend, zo geloofwaardig en zo populair is. Niet voor niks is het eerste wat een metalliefhebber in jolige toestand roept: Slayer!

Als de Amerikanen het podium betreden is het gejuich dan ook niet van de lucht. Nummers als Mandatory Suicide en Chemical Warfare brengen de stemming er goed in. Angel Of Death en toegift Raining Blood maken het feestje compleet.

Een bijzonder sterk optreden. Het geSlayeeeeeeer in het publiek is na afloop dan ook niet van de lucht. De gedroomde afsluiter van een perfecte metaldag. Op de Heyendaalseweg roept een jongen vanaf de spoorbrug richting treinstation dan ook dat ene woord wat na Fortarock op ieders lippen ligt: Slayeeeeeeeer!

 

De wandelclip

Uit De Gelderlander van 16-03-2012

Stel je bent drummer. Allereerst heb je alle flauwe grappen over (domme) drummers moeten leren accepteren (zoals: Waarom hebben bands bassisten? Om te vertalen voor de drummer! Dat werk.). Vanaf je kruk heb je de egokwesties van zanger en gitarist aanschouwd. En na de blaren op je handen te hebben gespeeld is de band eindelijk doorgebroken.

Maar dan moet je een clip maken. Helaas zo’n goedkope, met de band in beeld. Er moet beweging in, aldus de regisseur. De gitaristen mogen hun instrumenten meenemen, de zanger heeft zijn ego, alleen jij moet je drumstel thuislaten. Zo moet het ongeveer zijn gegaan toen Live (vreselijke band trouwens) de clip van I Alone ging opnemen. De drummer bewoog zich vrij door de ruimte, een gênante vertoning.

Leek een beetje op de clip Message In A Bottle van The Police waar de drummer op een stoel moest slaan. Goddank zijn veel clips korte films geworden. Vandaar dat er ook een lezing aan wordt gewijd door universitair docent Jaap Kooijman op Go Short, het festival voor korte film.

Kooijman gaat het over wandelclips hebben. Om actie en beweging in een clip te krijgen is een ronddolende drummer immers niet noodzakelijk. Je kunt ook gewoon een wandeling volgen.

Van een wandelende John Travolta in de openingsscène van Saturday Night Fever tot de legendarische wandeling in Massive Attack’s Unfinished Sympathy. Opgenomen in één shot. Zangeres Shara Nelson wandelt door Los Angeles, de straattaferelen om haar heen zijn interessant genoeg om de clip tientallen keren met plezier te kunnen bekijken. The Verve coverde de clip in Bittersweet Symphony. En dan is er nog Rabbit In Your Headlights van U.N.K.L.E. waarbij een wandelende man talloze keren wordt aangereden waarna hij weer verder loopt. Of The Pharcyde die in Drop een clip lang achteruit lopen maar dat weer achteruit afspoelen zodat het lijkt alsof ze vooruit lopen met rare armbewegingen.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan: Coldplay met Yellow (strandwandeling) en The Scientist (achteruit lopen), Mick Jagger – Let’s Work, Antiloop – In My Mind, Kylie Minogue – Come Into My World, Beck – Devils Haircut. Vul zelf de rest maar in, de voorbeelden zijn eindeloos.

Alleen aan goede Nederlandse wandelclips ontbreekt het. Terwijl alleen Frank Boeijen al in tien procent van zijn nummers door een verlaten stad wandelt. Misschien moet Go Short volgend jaar eens een wedstrijd wandelclips organiseren. Wandelstad Nijmegen wil het vast subsidiëren.

Bambix groβartig

Interview uit De Gelderlander van 3 maart

Bambix staat sinds jaar en dag bekend als Nijmeegse punkband. Het zevende album The Storytailor toont dat Bambix veel meer is dan enkel punk. Het brengt de band voor twaalf optredens naar Duitsland tegen eentje in Nederland, zaterdag in Merleyn.

“So gut wie noch nie”, “ehrliche, handgemachte Punkmusik”, “ein sehr schlüssiges Album”, “naturalistisch, unglaublich intensiv und energiegeladen, rockig und entscheidend virtuos”. De Duitse pers is laaiend enthousiast. Niet over de nieuwste Duitse hype, maar over het nieuwe album van het Nijmeegse Bambix.

De punkband is al meer dan twintig jaar actief en ook al valt er over waardering in eigen land niet te klagen, het zijn vooral de Oosterburen waar Bambix sinds jaar en dag enthousiast wordt onthaald. Naast de releaseparty zaterdag in Merleyn staan er dan ook twaalf optredens in Duitsland gepland.

Het zevende album van Bambix heet The Storytailor. “Ik heb nu ongeveer veertig recensies gelezen”, vertelt zangeres en gitarist Willia ‘Wick’ van Houdt trots over het nieuwe album. “Heel vaak wordt er geschreven hoe aanstekelijk de muziek is en hoe ons enthousiasme overkomt. En dat is nu precies wat voor ons belangrijk was bij dit album. Er waren dit keer geen grenzen. Eindelijk was er eens genoeg tijd om in de studio aan de muziek te werken. Dat was gewoon in de thuisstudio van producer Nico van Montfort in Nijmegen. Alles staat er precies zo op zoals we het wilden, het was heerlijk om te doen.’

Op The Storytailor zijn ook de Nijmeegse muzikanten John Koolen (Phantom Puercos) en Jord Jansen (Bandito) te gast. Hoewel Bambix nog de punkgeest heeft, valt de muziek amper nog onder die noemer, zegt Willia van Houdt. Punk meets hardcore meets emoi (emo en oi) meets Kölner Karneval, heeft iemand het al eens genoemd.

En op The Storytailor is de afwisseling nog groter geworden, met ook gevoelige nummers ingegeven door het overlijden van de vader van Van Houdt en de geboorte van haar zoon. “De titel verwijst naar het aanpassen van verhalen. Ik zing vaak over outcasts die in een situatie terechtkomen waarbij er iets verandert. Het zijn opbeurende verhalen, uiteindelijk komt het goed met ze.” Die rode draad is door de Amerikaanse kunstenaar Larkin van opmerkelijk beeld voorzien. Hij maakte de hoes nadat Van Houdt hem via internet leerde kennen.

“Op de Facebook-pagina van Bambix zag ik een bericht dat hij iets had geschreven als: sorry Bad Religion, maar Bambix is mijn nieuwe favoriete band. Toen we gingen denken over de hoes, heb ik hem eens gemaild. Hij schreef terug dat hij altijd de muziek van Bambix op had staan tijdens het werk.”

Bambix begon ooit als band met enkel vrouwen. Van Houdt is het enig overgebleven originele lid. De wisselwerking tussen haar, bassist Patrick Schappert en de Duitse drummer Don Cardeneo is volgens de zangeres nooit beter geweest. “We halen het beste in elkaar naar boven. Het zijn twee geweldige muzikanten waardoor ik ook weer beter mijn best moet doen. We kunnen nu allerlei stijlen spelen zonder dat iemand er nog van opkijkt.”

Naast Duitsland heeft Bambix ook nog een flinke schare fans in Brazilië en Argentinië, The Storytailor wordt zelfs in Japan uitgebracht. Van Houdt zou de roem van Bambix in Duitsland niet willen ruilen voor populariteit in Nederland, al hoopt ze dat The Storytailor in Nederland net zo goed aanslaat. “Het Duitse publiek is ontzettend enthousiast. Die kunnen tijdens een concert helemaal uit hun dak gaan en staan dan geen seconde stil. Wij hebben allemaal een baan naast onze muziek. Als we in Duitsland gaan spelen voelt dat als een vakantie-uitje. Het is geen werk, het gaat om het plezier en de muziek. En dat past heel erg bij de lol die het Duitse publiek heeft bij een Bambix-concert.”

Diep in de groef

(uitgebreide versie van artikel dat op 23 januari in De Gelderlander stond)

Vinyl is terug van weggeweest. Er worden ieder jaar meer platen verkocht en ook platenspelers zijn weer op verschillende plekken te koop. In Nijmegen is vinyl ruimschoots voorradig. Daarnaast zijn er drie kleine labels die enkel vinyl uitbrengen.

Het was over en uit voor de grammofoonplaat, zo dacht men begin jaren negentig. De cd was niet te stoppen. Massaal gingen de platenspelers richting stort en tweedehandswinkels. Platencollecties gingen op rommelmarkten voor een prikkie van de hand. En dat zou het einde moeten zijn voor de geluidsdrager die sinds 1950 in bijna ieder huishouden te vinden was.

Maar dat was het niet. Grammofoonplaten van vinyl bleven het belangrijkste muziekmedium voor dj’s. Er waren mensen die vanuit hun liefde voor de aloude lp nooit afstand deden van pick-up en platencollectie. En nu, terwijl de cd-verkoop drastisch daalt, zit juist die lp weer in de lift. De verkoop van vinyl is in Engeland met 40% gestegen en de enige vinylperserij van Nederland, gelijk de grootste van Europa, zag de productie in 2011 met 20% stijgen. Naast alle digitale muziek is er behoefte aan tastbare muziekdragers, met mooie hoezen en vooral ook speciale boxen.
Lees verder

De Swing en het sentiment

Column verschenen in De Gelderlander op 23 september

Sentiment is funest voor het geheugen. Zo wordt er over de doden niks dan goeds verteld, ook al waren het onuitstaanbare types. En ook teloor gegane tenten kunnen in de sentimentele herinnering een godsgeschenk worden. Je zult de Nijmeegse dertigers de kost moeten geven die menen dat De Swing het beste was dat horeca Nijmegen ooit is overkomen.

Klopt natuurlijk niks van. De mensen die De Swing bewieroken verlangen terug naar hun jeugd, niet naar een bepaalde disco. Dat wil niet zeggen dat De Swing geen bijzondere disco was. Tussen 1984 en 2000 (zie nou wel, in mijn herinnering waren ze al in de jaren negentig gestopt) gebeurde er wel wat daar in de Molenstraat. De huidige baas van 3FM was er dj, net als de hoofdredacteur van 3voor12.

Half Nijmegen kent portier Percy nog. En dan waren er nog dj’s als Martijn Bach, Caspar, de broers Daan en Mark Smit en een jochie dat zich St. Paul noemde. Dit hele rijtje is na de sluiting van De Swing in Merleyn gaan draaien. Normaal zie je dj’s driftig in hun platenkoffer zoeken als ze aan het werk zijn, of ze draaien fanatiek aan knopjes. Mark Smit draaide altijd een sjekkie totdat hij een nieuwe plaat moest instarten. Zo’n relaxte dj is er sindsdien in Nijmegen niet meer gesignaleerd*.

En zo hadden ze allemaal iets. Maar nog even terug naar die St. Paul. Inmiddels draait hij overal in het land, op festivals, op de radio, op televisie, ja waar eigenlijk niet? Tegelijkertijd schrijft hij ook nog eens erg goede columns. Een beetje jaloersmakend is het wel, ik ga toch ook niet in mijn vrije tijd succesvol dj’en? Zelden zo gesmuld als toen hij onlangs een column schreef over een privéfeestje waar hij van de ceremoniemeester te horen kreeg dat hij die avond een cassetterecorder en geluidsbehang was, en niks meer. En dat de muziek natuurlijk af moest toen de jarige op het feestje via video werd toegesproken door Bono en The Edge van U2. Prachtig verhaal.

St. Paul begon dus in De Swing. Hij zal vast naar de reünie gaan die binnenkort in de NDRGRND voor oud-medewerkers wordt georganiseerd. Omdat de Burger King, die nu op de plek van De Swing in de Molenstraat zit, ook zo’n rare reünielocatie is. St. Paul is zaterdag weer even terug in Merleyn met zijn Helter Skelter. Voor hen met jeugdsentiment, of voor wie gewoon fijn wil dansen, je weet waar je moet zijn.

Zaterdag 24 september, Merleyn, Helter Skelter met St. Paul, 00:00 – 04:00 uur

*addendum: volgens een nagekomen mededeling nam Mark Smit soms toastjes, brie en port mee om die tijdens het draaien samen met zijn broer te kunnen nuttigen

Little Dragon op De Affaire