Categorie archief: dick raaijmakers

Repliek op repliek

Op 3 augustus schreef ik hier een artikel naar aanleiding van het boek Onder Stroom van Jacqueline Oskamp. Het boek werd met de grond gelijk gemaakt door Kees Tazelaar. Het stond vol feitelijke onjuistheden.

Ik vroeg me af of ik als recensent niet de taak had om te controleren op de feiten en opperde de suggestie dat Oskamp eigenlijk Tazelaar had moeten inschakelen als tweede lezer. Zo hadden alle problemen voorkomen kunnen worden.

Niet lang daarna nam Oskamp contact met me op en vertelde dat Tazelaar wel degelijk het hoofdstuk had gelezen waar hij zo veel kritiek op had. Deze repliek stuurde ze ook naar De Gids waar Tazelaar ook weer een repliek op schreef.

Het is inmiddels een weinig verheffend welles-nietes-spel geworden. Een discussie die maar beter snel gesloten kan worden, want dit doet de elektronische muziek echt niet goed.

Advertenties

Hoe naïef is de recensent?

“Jacqueline Oskamps boek Onder stroom is als naslagwerk over de geschiedenis van de Nederlandse elektronische muziek volstrekt waardeloos. Er staan heel veel fouten in (waarvan dit artikel er slechts een aantal behandelt!) en het mist aan analytische reflectie, kritische distantie en de vaardigheid om met de mening van anderen om te gaan. Dat bovendien bij alle aandacht van de media die dit boek heeft gekregen nog geen journalist of interviewer is opgestaan die een kritische opmerking heeft gemaakt, is verbijsterend.”

Aldus Kees Tazelaar in De Gids #5 (juli 2011). Ik voel me aangesproken. Beter gezegd, ik word aangesproken. Ook ik schreef een volledig kritiekloze recensie over Onder stroom in OOR (nummer 5, 2011), zie onder. Terwijl ik me toch terdege bewust was van de kritiek op het boek. Ik wist dat er geklaagd werd in de kringen rond sonologie, wat nu precies de kritiekpunten waren, wist ik niet. Maar ik heb het ook niet uitgezocht.

Nu kan ik me verschuilen achter het feit dat het niet aan mij was om met mijn driehonderd woorden voor een boekrecensie in een popblad de kritische journalist te gaan uithangen, maar dat is geen geldig argument. Ook al koopt niemand OOR vanwege de boekrecensie voor Onder stroom dat ontslaat mij niet van de plicht om goed werk af te leveren.

Ik ga ervan uit dat Tazelaar de waarheid spreekt. Ik heb nooit onderzoek gedaan naar de elektronische muziek in Nederland of Europa. Ik volg zijn activiteiten en werk, en meen te kunnen oordelen dat hij met meer gezag over elektronische muziek bij Philips kan spreken dan Oskamp. Maar ook in dit geval moet ik iemand op zijn woord geloven, wat ik aanvankelijk ook deed bij Oskamp.

Tazelaar stelt een groot aantal fouten vast in Onder stroom. Veel feiten die, volgens zijn redenering, makkelijk te controleren waren. Extra wrang is het dat Onder stroom de ondertitel Geschiedenis van de elektronische muziek in Nederland heeft meegekregen. Naslagwerken en geschiedenisboeken horen geen fouten te bevatten, en zeker niet in de hoeveelheid die Tazelaar beschrijft.

Ik heb Onder stroom nooit als naslagwerk of geschiedenisboek gerecenseerd of gelezen. Dat is het in mijn optiek ook niet. Het is een boek dat voor leken op luchtige toon beschrijft hoe er sinds het begin van de jaren vijftig elektronische muziek wordt gemaakt in Nederland. Oskamp heeft dat gedaan aan de hand van zes componisten.

Wat had de recensent moeten doen? Tazelaar kan spreken over makkelijk te verifiëren feiten, ik zou niet weten waar ik ze had moeten controleren. En hoe doe ik dat als ik de biografie van Justin Bieber moet recenseren? Bij wie kan ik te rade gaan? Het altijd betrouwbare internet?

Tazelaar valt Onder stroom allereerst aan op de afbakening van het boek. Oskamp maakt volgens hem ook nog eens gebruik van een verkeerde definitie van elektronische muziek. Ze heeft het misschien wat klunzig omschreven, maar de afbakening is toch echt haar eigen keuze. De grenzen die ze zichzelf oplegt, kun je als lezer gebruiken om het boek niet of juist wel te lezen, en niet meer dan dat. Tenzij dit boek inderdaad een naslagwerk pretendeert te zijn, dan is die afbakening wel van belang, maar zoals ik al eerder schreef, heb ik niet de indruk dat er gepoogd is hier een naslagwerk van te maken.

Een tweede kritiekpunt is dat Oskamp een oordeel verbindt aan bijvoorbeeld het serialisme. Tazelaar geeft op overtuigende weer dat het te makkelijk is om deze techniek enkel als strikt en rigide in de hoek te zetten. Het probleem is dat de luchtige stijl van Onder stroom juist wordt bepaald door de karakterisering van mensen en muziek. Dan loop je het gevaar dat je mensen in de hoek zet. Ze had dit kunnen oplossen door een tegengeluid te laten horen of zelf een nuancering te maken, dat ze dit niet heeft gedaan, maakt het boek kwetsbaarder voor kritiek.

Fout na fout weet Tazelaar te vinden in de hoofdstukken over elektronische muziek bij Philips. Niet toevallig een specialisme van de docent in de geschiedenis van de elektronische muziek. Zelfs na het bekijken van meerdere documentaires over het NatLab, het lezen van boekjes over het Eindhovense lab en het bestuderen van de boekjes bij de Popular Electronics cd-box, waren deze fouten mij niet opgevallen. Het gaat om jaartallen, beschrijvingen van technieken en wederom de karakteriseringen van Oskamp.

Tenslotte ergert Tazelaar zich aan de beschrijving van het Wave Field Synthesis. Het viel me ook op, ik was toevallig bij de eerste uitvoering met dit systeem, dat Oskamp wat smalend schrijft over het project. Maar die vrijheid heeft ze. Volgens Tazelaar, die persoonlijk betrokken is bij het project (dat had hij best even mogen melden), heeft ze die niet. Ze gaat voorbij aan enkele objectief vast te stellen parameters.

Had ik dit alles nu kunnen weten bij het schrijven van de boekrecensie? Ja, ik had Tazelaar en anderen kunnen bellen en vragen, in de hoop dat zij het boek hadden gelezen, of de feiten klopten. Dan had ik waarschijnlijk dezelfde recensie geschreven, met de terzijde dat we het boek vooral nooit als naslagwerk moesten gebruiken. Toch houdt daar de taak op van de algemeen recensent. Het is aan specialisten als Tazelaar om met een vlammend betoog als dit te komen. Ook zou een krant of tijdschrift hem kunnen vragen als gastrecensent op te treden.

Onder stroom is een prettig leesbaar boek, geen naslagwerk (die zijn doorgaans ook onleesbaar). Oskamp had er echter in dit geval slim aan gedaan met een redactieraad te werken dan wel met tweede lezers die specifieke specialismes hebben. Als de recensent de mogelijkheid heeft om enkele feiten in een non-fictieboek na te lopen, moet hij dat niet laten, maar vaak zal dit een onmogelijke opgave zijn.

Recensie in OOR:

JACQUELINE OSKAMP
ONDER STROOM
(AMBO)
We zijn ofwel zo dom, of we zijn te lui om te denken over muziek. En dat ‘we’ slaat hier op popmuzikanten en liefhebbers van popmuziek, in de breedste zin van het woord. Lezend in Onder Stroom komt die stelling bovendrijven. Het boek is een mooie geschiedschrijving van de elektronische muziek in Nederland. Vol met muzikanten die hard hebben nagedacht en flink hebben gestudeerd op muziek. Er zit een idee achter wat ze maken, een groter idee dan ‘het klonk wel leuk’. Dat laatste is een legitiem argument natuurlijk, maar het gaat niet zo ver als de aanval op klank van Dick Raaijmakers of de zintuiglijke ervaring van geluid getest door Michel Waisvisz. De theorie achter veel ‘serieuze’ elektronische muziek neigt naar hogere natuurkunde. Popmuzikanten, ook zij die enkel met elektronische apparatuur werken en als underground bekend staan, accepteren sneller een idioom en de grenzen van apparatuur dan de pioniers die Oskamp beschrijft. Er wordt in de pop meer op instinct dan op theorie gewerkt, daardoor ontstaat een grote kloof met die andere muziek. Die kloof wordt knap gedicht door Oskamp, het is ook voor popliefhebbers goed leesbaar. Het is een mooi clubje van zes (naast Raaijmakers en Waisvisz, ook Jan Boerman, Ton Bruynèl, Edwin van der Heide en Anne la Berge) die ze er specifiek uitlicht en met mooie anekdotes en karakterschetsen beschrijft. De korte biografieën van de zes Nederlandse componisten en muzikanten worden voorafgegaan door beschrijvingen van de vermaarde instituten, studio’s en laboratoria waarin de Nederlandse elektronische muziek tot stand kwam. Onder Stroom leest makkelijk weg, is informatief en leerzaam en nergens ondoorgrondelijk. Het toont hoe de Nederlanders hebben gepionierd, schetst de verschillen tussen analoog elektronisch en de huidige laptop en inspireert om het oude materiaal te gaan luisteren. Helaas zit er dan weer geen cd bij met die muziek. Een boek dat stemt tot soms wat meer nadenken. ALEX VAN DER HULST