Het zou een aardige studie zijn: vergelijkende popjournalistiek. De een houdt van een veelheid aan feitjes en interviews waar alle details aan bod komen.
Anderen houden van de popjournalistiek waar grote lijnen worden getrokken, verbanden gesignaleerd en waar meer wordt gesignaleerd dan de band zou kunnen vertellen.
Dat lees je nogal eens in The Guardian en helemaal in The New Yorker. In dat laatste blad doet men niet aan Bono op de cover of exclusieve Coldplay-interviews.
Muziekredacteur Sasha Frere-Jones komt liever enkele weken na de releas van No Line On The Horizon met een doorwrocht artikel over het U2-album.
Met daarin de mooie constatering dat U2-fans bij concerten het hardst schreeuwen bij de nieuwe nummers. En dan afsluiten met een ingewikkelde metafoor als conclusie.
This album is a long dinner with old friends, all of whom love each other, most of whom are born talkers, and some of whom hold the floor for too long. Not every anecdote holds up, and some of the food belongs, untouched, on the edge of your plate. But it would be small-minded to leave before the whole warm, rambling night is over.
Geen slow-food, maar slow-journalism. Hopelijk blijft dat nog lang bestaan.